rijksmonumenttekoopeen initiatief van redres.
menu

kennis

monumentenzorg

De bescherming van monumenten door het Rijk begint in 1875, en de eerste Monumentenwet kwam pas in 1961. Het begon met een scherp artikel van Victor de Stuers in 1873, ging via subsidies, vrijwillige lijsten en een noodregeling in de oorlog naar de Monumentenwet, en leidde tot de Erfgoedwet en de Omgevingswet waar jij nu mee te maken hebt. Wie weet hoe die geschiedenis liep, begrijpt beter waarom jouw rijksmonument beschermd is en waarom je er als eigenaar zorg voor draagt. Elk jaartal heeft een bron.

bibliotheek met boekenkasten en kroonluchter in een herenhuis in Den Haag
Bibliotheek in een herenhuis, Den Haag. foto: redres. 2014

de geschiedenis in vogelvlucht

van pleidooi naar rijkszorg (1873 tot 1933)

In 1873 schrijft Victor de Stuers in De Gids dat de monumenten van kunst en geschiedenis in een ellendige toestand verkeren. Het artikel haalt de politiek en in 1875 richt het ministerie van Binnenlandse Zaken de afdeling Kunsten en Wetenschappen op, onder leiding van De Stuers. Het draait dan nog om subsidies, overredingskracht en vrijwilligheid; wettelijke rechten en plichten komen pas later. Tussen 1903 en 1933 stelt een Rijkscommissie per provincie voorlopige lijsten op om de sloop te remmen. In 1918 volgen een nieuwe Rijkscommissie en het Rijksbureau voor de Monumentenzorg, de voorganger van de huidige RCE.

van noodregel naar wet (1940 tot 1989)

In 1940 komt de eerste regeling: slopen mag alleen met toestemming van de Rijkscommissie. Die regel wordt in 1945 overgenomen en in 1950 een tijdelijke wet, geldig tot 1 januari 1952 omdat een definitieve wet werd verwacht. Die kwam pas op 22 juni 1961: de eerste Monumentenwet. In 1969 stonden er ruim veertigduizend rijksmonumenten in het register. Vanaf 1975 groeit het besef dat ook gemeenten en provincies een verantwoordelijkheid hebben, en de Monumentenwet 1988, van kracht op 1 januari 1989, brengt die decentralisatie in de wet.

de regels van nu (2016 tot 2025)

Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet de basis voor de bescherming van erfgoed, met de instandhoudingsplicht voor eigenaren. Sinds 1 januari 2024 heet de omgevingsvergunning voor het wijzigen van een rijksmonument rijksmonumentenactiviteit, en sinds 1 januari 2025 is gewoon onderhoud ook voor monumenten vergunningvrij voor de bouwactiviteit. Elke stap staat hieronder in de tijdlijn, met de bron erbij (Potano, DBNL; RCE; Tweede Kamer; Staatsblad). Wat dat voor jouw plan betekent, lees je bij mag ik…? en onderhoud.

huizen met rijk versierde trapgevels in rood en wit in Leiden
Trapgevels, Leiden. foto: redres. 2015

tijdlijn

1873

Victor de Stuers schrijft ‘Holland op zijn smalst’

In november 1873 verschijnt in het tijdschrift De Gids het artikel ‘Holland op zijn smalst’ van Victor de Stuers (1843 tot 1916). Hij noemt het woord ‘ellendig’ passend voor de toestand waarin de monumenten van kunst en geschiedenis in Nederland verkeren. Het artikel haalt de politiek: minister Geertsema van Binnenlandse Zaken reageert direct met de voordracht van een College van Rijksadviseurs voor de Monumenten van Geschiedenis en Kunst. De Stuers wordt de secretaris van dat college.

bron: DBNL, De Gids 1873: V. de Stuers, Holland op zijn smalst · DBNL, Victor de Stuers, een verlaat levensbericht (Nieuw Letterkundig Magazijn 2008)

1875

afdeling Kunsten en Wetenschappen

De bescherming van monumenten door het Rijk begint in 1875. Het ministerie van Binnenlandse Zaken richt dan de afdeling Kunsten en Wetenschappen op, die subsidies geeft om monumenten te restaureren. De Stuers krijgt er als referendaris de leiding en houdt die tot 1901. In die tijd draait het nog om subsidies, overredingskracht en vrijwilligheid; wettelijke rechten en plichten komen pas later.

bron: DBNL, Victor de Stuers, een verlaat levensbericht (Nieuw Letterkundig Magazijn 2008) · RCE, Tijdschrift 4-2018: Van Rijksbureau voor de Monumentenzorg tot Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (100 jaar)

1918

Rijkscommissie voor de Monumentenzorg en Rijksbureau

In 1918 start een nieuwe Rijkscommissie voor de Monumentenzorg, ambtelijk ondersteund door het in hetzelfde jaar opgerichte Rijksbureau voor de Monumentenzorg. De commissie heeft een afdeling Beschrijvingen (de lijsten) en een afdeling Herstel (begeleiding van restauraties). Bij restauraties wordt ‘behouden gaat voor vernieuwen’ het uitgangspunt. Het Rijksbureau is de voorganger van de huidige Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).

bron: RCE, Tijdschrift 4-2018: Van Rijksbureau voor de Monumentenzorg tot Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (100 jaar)

1940 tot 1950

oorlog, wederopbouw en een noodwet

Op 21 mei 1940 komt een eerste regeling: in het besluit van generaal Winkelman over de Wederopbouw I staat een verbod om monumenten te slopen, tenzij de Rijkscommissie voor de Monumentenzorg vooraf toestemming geeft. Na de capitulatie wordt dit overgenomen in het Koninklijk Besluit van 7 mei 1945 (artikel 7): monumenten worden niet gesloopt of veranderd zonder voorafgaande toestemming van de Rijkscommissie. Bij de komst van de Wederopbouwwet dreigde dat artikel te vervallen. Daarom komt in 1950 een Tijdelijke Wet Monumentenzorg met drie artikelen (slopen en verbouwen, straf- en overgangsbepalingen), geldig tot 1 januari 1952 omdat toen een definitieve wet werd verwacht. Die kwam pas in 1961.

bron: DBNL, Potano, Een lange weg: de totstandkoming van de Monumentenwet (Jaarboek Monumentenzorg 1997) · DBNL, Polano en Kuipers, Monumenten in nood: het ontstaan van de monumentenwetgeving in 1940-1950 (Jaarboek Monumentenzorg 1995)

22 juni 1961

Monumentenwet 1961

Op 22 juni 1961 wordt de eerste Monumentenwet vastgesteld (Staatsblad 1961, 200). De Tijdelijke Wet Monumentenzorg wordt ingetrokken. De wet is vooral gericht op het beschermen van zoveel mogelijk waardevolle gebouwen en structuren van vóór 1850, in een tijd van sloop op grote schaal. Objecten en stads- en dorpsgezichten worden voortaan door het Rijk wettelijk beschermd. De opdracht om alle monumenten binnen vijf jaar te registreren was voor de kleine staf niet haalbaar; in 1969 stonden er ruim veertigduizend rijksmonumenten in het register.

bron: DBNL, Potano, Een lange weg: de totstandkoming van de Monumentenwet (Jaarboek Monumentenzorg 1997) · Tweede Kamer, bijlage over de geschiedenis van de monumentenzorg (document 2009D46063) · RCE, Tijdschrift 4-2018: Van Rijksbureau voor de Monumentenzorg tot Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (100 jaar) · Staatsblad 1961, 200 (Monumentenwet 1961), informatie op overheid.nl

1975 en 1984

Monumentenjaar en decentralisatie

Mede onder invloed van het Monumentenjaar 1975 groeit het besef bij gemeenten en provincies dat ook zij een verantwoordelijkheid hebben. De Nota over de Monumentenzorg uit 1984 werkt de wens uit om het stelsel te decentraliseren. Daarin ligt ook de basis voor het Nationaal Restauratiefonds, dat laagrentende leningen aan monumenteigenaren verstrekt.

bron: Tweede Kamer, bijlage over de geschiedenis van de monumentenzorg (document 2009D46063)

1986 en 1987

Monumenten Inventarisatie Project (MIP)

In 1986 wordt de basis gelegd voor het Monumenten Inventarisatie Project (MIP), een samenwerking van Rijk, provincies en grote gemeenten. De officiële start is in het voorjaar van 1987 in Overijssel; vanaf 1988 volgen de overige provincies en grote gemeenten. Het project brengt de bouwkunst en stedenbouw uit de periode 1850 tot 1940 in kaart. Het was bedoeld voor vijf jaar en duurt twee jaar langer. Het levert circa 165.000 objecten en complexen en circa 650 gebieden op. Bescherming was niet het eerste doel van het MIP: het landelijk overzicht ging voor, en de selectie voor wettelijke bescherming kwam pas op de vijfde plaats in de doelstelling.

bron: DBNL, Nijhof, Het MIP: omzien in bewondering (Jaarboek Monumentenzorg 1994) · RCE, Tijdschrift 4-2018: Van Rijksbureau voor de Monumentenzorg tot Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (100 jaar)

1 januari 1989

Monumentenwet 1988

De Wet van 23 december 1988 tot vervanging van de Monumentenwet (Staatsblad 1988, 638) wordt op 1 januari 1989 van kracht, na een denk- en overlegproces van vele jaren. Belangrijke wijzigingen zijn de decentralisatie en de nieuwe rol van de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ) als kennisinstituut met wettelijke taken. In de jaren daarna komt een nieuw subsidiestelsel (BRRM voor restauratie en BROM voor onderhoud) en groeit het bestand beschermde gebouwen en stads- en dorpsgezichten uit de jongere bouwkunst (1850 tot 1940).

bron: DBNL, Potano, Een lange weg: de totstandkoming van de Monumentenwet (Jaarboek Monumentenzorg 1997) · Tweede Kamer, bijlage over de geschiedenis van de monumentenzorg (document 2009D46063) · Staatsblad 1988, 638: Wet van 23 december 1988 tot vervanging van de Monumentenwet (Monumentenwet 1988)

2006

fusie tot één rijksdienst

In 2006 fuseert de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (sinds 1947 de naam van het in 1918 opgerichte bureau) met de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, waarvan ze in 1947 was gescheiden. Zo ontstaat de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten. In 2009 volgt de vorming van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).

bron: RCE, Tijdschrift 4-2018: Van Rijksbureau voor de Monumentenzorg tot Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (100 jaar)

1 juli 2016

Erfgoedwet

De Erfgoedwet (wet van 9 december 2015, ‘houdende bundeling en aanpassing van regels op het terrein van cultureel erfgoed’) is per 1 juli 2016 de basis voor de bescherming van erfgoed. De Monumentenwet 1988 is op die datum vervallen. Een deel van de oude wet gaat over naar de Erfgoedwet; het deel over besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet. De instandhoudingsplicht voor eigenaren staat sinds 1 juli 2016 in de wet.

bron: Erfgoedwet (BWBR0037521), wetten.overheid.nl · RCE, Overgangsrecht Monumentenwet 1988 naar Omgevingswet · RCE, Wat moet ik weten als rijksmonumenteigenaar

1940 tot 1990

wederopbouw en jonge monumenten

De beleidsregel aanwijzing rijksmonumenten kent voor de wederopbouwperiode (1940 tot en met 1965) eerdere aanwijzingsprogramma’s: ongeveer honderd meest waardevolle monumenten van 1940 tot en met 1958 en de meest waardevolle van 1959 tot en met 1965. Monumenten van na 1965 kunnen uitsluitend via een aanwijzingsprogramma worden aangewezen. Op 4 september 2025 meldde de RCE de eerste vijftien objecten van Post 65 (1965 tot 1990). Meer: jonge monumenten en toekomstige monumenten.

bron: Beleidsregel aanwijzing rijksmonumenten (BWBR0038125) · RCE, Nederland krijgt nieuwe jonge rijksmonumenten (4 september 2025)

het Arsenaal in Doesburg achter een smeedijzeren hek, een hoog bakstenen gebouw onder een pannendak
Het Arsenaal, Doesburg. Rijksmonument. foto: redres. 2024

de wetten op een rij

wet of regelingvastgesteldgeldigbron
Tijdelijke Wet Monumentenzorg1950tot 1961DBNL, Polano en Kuipers, Monumenten in nood: het ontstaan van de monumentenwetgeving in 1940-1950 (Jaarboek Monumentenzorg 1995)
Monumentenwet 1961 (Stb. 1961, 200)22 juni 1961tot 1 januari 1989DBNL, Potano, Een lange weg: de totstandkoming van de Monumentenwet (Jaarboek Monumentenzorg 1997)
Monumentenwet 1988 (Stb. 1988, 638)23 december 19881 januari 1989 tot 1 juli 2016Staatsblad 1988, 638: Wet van 23 december 1988 tot vervanging van de Monumentenwet (Monumentenwet 1988)
Erfgoedwet9 december 2015sinds 1 juli 2016Erfgoedwet (BWBR0037521), wetten.overheid.nl · RCE, Overgangsrecht Monumentenwet 1988 naar Omgevingswet
Omgevingswet (rijksmonumentenactiviteit)sinds 1 januari 2024IPLO, Rijksmonumentenactiviteit: wat houdt het in
ovale vergulde spiegel met bloemen en krullen op een witte wand met lijstwerk
Vergulde spiegel met sierwerk op een witte wand. foto: redres. 2022

en nu?

De nieuwste ontwikkeling is Post 65: monumenten uit de periode 1965 tot 1990. Op mag ik…? staat wat de huidige regels voor jouw gebouw betekenen. Controleer altijd de laatste stand bij de gemeente of de RCE; zie ook de disclaimer.

kamer met een gouden kroonluchter, een vergulde spiegel boven een schoorsteen en beschilderd behang met bloemen
Kamer met kroonluchter, spiegel en beschilderd behang. foto: redres. 2020

waarom monumenten

De wet geeft drie waarden: schoonheid, betekenis voor de wetenschap en cultuurhistorische waarde. Hier lees je hoe de overheid dat uitlegt.

de drie criteria

Een monument is van algemeen belang wegens zijn schoonheid, zijn betekenis voor de wetenschap of zijn cultuurhistorische waarde. Dat zijn de criteria van de Erfgoedwet (art. 3.1). De RCE werkt ze uit in de waarderingscriteria.

bron: Beleidsregel aanwijzing rijksmonumenten (BWBR0038125)

kennis van de geschiedenis van een gebouw

De RCE schrijft dat kennis van de bouw- en gebruiksgeschiedenis van monumenten essentieel is voor het behoud ervan. Bouwhistorisch onderzoek brengt de cultuurhistorische waarden in beeld, met het gebouw zelf als voornaamste bron. Meer daarover op bouwhistorisch onderzoek.

bron: RCE, Bouwhistorie

behoud door gebruik

Een nieuwe functie is vaak de beste manier om een gebouw te behouden. De RCE bevordert herbestemming, met respect voor de monumentale waarden. Zie herbestemmen.

bron: RCE, Omgevingsvergunning en advies herbestemming

volgende stap

De regels van nu staan op een rij bij monumenten in de wet.

lees de regels van nu

ook handig: